Femke den Hollander © 2019

WHERE ARE YOU NOW? 

exhibitions:

NODS Collectief /Brugotta Festival /2019

WZC Westervier /CURENDO Brugge /2019

Naar aanleiding van de pop-up tentoonstelling VONK in het kader van Brugotta Festival in het leegstaande WZC Jeruzalem, bracht fotograaf Femke den Hollander (Brugge °1979) uren door in het verlaten gebouw dat eens vol leven was. Ze zocht er naar sporen van het verleden en ze vond die. De serie ‘Where are you now’ is een reeks beeldsouvenirs waarin het afwezige aanwezig blijft in het licht dat op de muren van de kamers valt, de gordijnen die ooit zorgvuldig zijn opgehangen, de afdrukken van meubels die er niet meer zijn...

 

Ze schrijft hierover:

“Uit de thermos wordt geen koffie meer geschonken. Niemand groet nog de mussen.  In de spiegel kam jij je haar niet meer.

Het leven vernevelt en verdampt in WZC  Jeruzalem. Jullie zijn verhuisd.

Alles is leeg en in het stille licht hoor ik jullie gelach, slapen en ontwaken, geluk, huilen en getroost worden. De zon komt op. Ze vraagt zich niets af.  De magnolia bloeit.

Wie hier woonde, woont hier niet meer, een paar ademzuchten en kleine sporen achterlatend. Ik ken jullie niet maar dit was jullie huis. Ik kijk naar buiten en zie wat jullie ogen zagen. Het is niet de wind, het is de aanraking van jullie handen die ik zie in de trilling van de gordijnen.

Met eerbied probeer ik, een handjevol maar, nog wat herinneringen te redden.”

“In elk afscheid verdwijnt  wel iets of oneindig veel dingen.  Wie zal er met mij verdwijnen?” (Jorge Luis Borges)

Als de tijd stil staat: afwezigheid, vergankelijkheid en schoonheid. De toeschouwer.

Daniël Vande Veire

 

“Onthaal”. Het hangt er nog, een schijnbaar zinloos woord in een lege ruimte getekend door afwezigheid. Ooit was het hier druk. Bezoekers werden onthaald en wegwijs gemaakt. Poetspersoneel deed zijn werk, verzorgers draafden rond, animatoren bereidden activiteiten voor, bewoners kwamen en gingen, doodgewoon.

Wat rest, is leegte. Leegte die van alles oproept. Een tekening met twee mussen. De maker ervan kennen we, de naam althans. Mn. L. Hallaert, staat er. Waarom is dit werkje achtergelaten? Vergetelheid? Welk verhaal zit er achter deze Mussen? Wie vond het eerst de moeite om het op te hangen om er zich later niets meer van aan te trekken? Wat is de betekenis van deze twee mussen nu niemand meer naar hen omziet?

Buiten bloeit de magnolia. Teken van leven dat geen toeschouwer nodig heeft. Het leven gaat onverminderd voort en bloeit. Echte vogels kunnen zich hier nestelen. Niet zo in de bebloemde gordijntjes voor een venster met uitzicht op bomen. Het zijn gordijntjes van alle tijden die altijd al aan oma’s doen denken. Woonde hier een ouder koppel? Een weduwe of een weduwnaar? Wat werd er gedacht en gezegd? Werd er samen gekeken naar hoe de bomen in de verte half april uitbotten? Gemediteerd of getreurd bij het vallen van het blad?

Aan de lavabo een gelijkaardig gordijntje. Alles netje achtergelaten. De hor op de vloer, een spiegel die niets meer weerspiegelt omdat er geen waarnemer is. Duizenden keren heeft iemand voor deze spiegel de haren gekamd of geborsteld, zich opgemaakt voor bezoek van familie of vrienden, voor het slapengaan de tanden gepoetst en daarna het lichtje gedoofd en het bed opgezocht. Waar is de laatste bewoner nu? In een ander Jeruzalem? In het eeuwige Jeruzalem?

Zelfde bloemenmotief op de thermos. Opnieuw: verkommerd achtergelaten, de beste tijd achter de rug, de moeite niet meer om mee te slepen naar nieuwe oorden. Door handen gegaan, duidelijk ook versleten, herinnering aan vervlogen tijden. Het leven in al zijn breekbaarheid. Wie heeft er ooit het laatste kopje mee uitgeschonken? Wat werd er gezegd? Werd er gelachen? Werd er geroddeld? Ging het over de kwaaltjes van het leven? Of over de banaliteit van de vergeefse dingen?

En dan: het blauwe gordijntje dat iets majestueus’ heeft. Met wat inbeelding keizerlijk blauw en goud. Wellicht op bestelling gemaakt, met een overschotje dat als een kunstwerkje is ingekaderd. Smaken zijn wat ze zijn: persoonlijk. En nu hangen ze daar nog allebei: kadertje en gordijnen, verwijzend naar iemand die er hier niet meer is. De gordijntjes hangen wat los, het plafond lijkt wat beschimmeld. Sic transit gloria mundi. De eigenaar heeft ze ook gewoon laten hangen, als spoor naar een afgesloten verleden.

Leeggemaakte ruimtes, wat zeggen ze ons? Wat leeggemaakt is, was zelfs tijdens het leegmaken zelf nog vol leven. Mensen werden samen met de inboedel verhuisd, familie scharrelde de belangrijkste herinneringen bijeen en wat niet belangrijk genoeg was, werd achtergelaten. Als geesten bestaan, dwalen ze nog altijd rond in het spel van licht en schaduw. Oude discussies worden beslecht, het verleden wordt geïdealiseerd, opnieuw wordt koffie uitgeschonken, worden de haren gekamd, ergeren de poetsvrouwen zich aan de opeengestapelde rommel, vragen de verzorgers of meneer Hallaert een goede vriend is, fluit een merel in de magnolia en wordt ook gehoord, ontdekt het onthaalpersoneel dat het verhaal is afgelopen. Er zijn alleen nog sporen naar sporen.

En dan is er de trap omhoog. A stairway to heaven of gewoon naar elders. Maar de vraag is natuurlijk: waar is iedereen naartoe? Wat was hun verhaal? Wat is hun verhaal? Hoe maken ze het nu? En treurt er iemand om de twee verloren gegane mussen?


 

Een citaat uit Borges (sterven is door mij vervangen door afscheid nemen):

Daden die de dimensies van de ruimte vullen en aan hun einde komen als iemand afscheid neemt, kunnen ons met verwondering en ontzag vervullen. Maar in elk afscheid verdwijnt er wel iets of oneindig veel dingen. (Tenzij er een universeel geheugen is, zoals sommige theosofen opperen). Ooit werden de ogen gesloten die als laatsten Jezus nog hebben gezien. De liefde van Helena is gestorven met de dood van een man. Wat zal er met mij verdwijnen, wat voor aandoenlijke of breekbare vorm zal de wereld verliezen? De stem van Macedonio Fernández, het beeld van een rood paard in de lege vlakte van Serrano en Charcas, een streepje zwavel in de lade van een mahoniehouten kast?